Wat wordt er met duurzame visserij bedoeld denk je? Het woord duurzaam betekent volgens het woordenboek: bestemd om lang te bestaan. Dus als je duurzaam vist, betekent het dat je wel vissen vangt, maar dat je dat doet op een manier waardoor er over langere tijd ook nog gevist kan worden.

Al eeuwenlang vangen mensen vissen om deze zelf op te eten en te verhandelen. Dan moeten we er ook voor zorgen dat er over honderd jaar nog steeds gevist kan worden. Dat kan als er op een duurzame manier gevist wordt. Er worden dus methodes ontwikkeld die het mogelijk maken dat er wel gewoon gevist kan blijven worden, maar op een manier dat de generatie die na ons komen er geen schade van ondervinden. Met generatie wordt een groep mensen van ongeveer dezelfde leeftijd bedoeld.

Er zijn natuurlijk al een hele hoop regels waar een visserschip aan moet voldoen, zo mag er maar een bepaald motorvermogen zijn, mag het schip niet langer dan een bepaalde lengte zijn en zijn er overal vergunningen voor nodig. Ook zijn er voorwaarden gesteld aan de maaswijdtes van de netten (dit zijn de gaten in het net) en de grootte van de netten moet eveneens aan bepaalde voorwaarden voldoen.

Er zijn verschillende regels die voor duurzame visserij gelden, dat zijn bijvoorbeeld:

  • De visserij mag niet leiden tot overbevissing of uitsterving van bepaalde vissoorten
  • De natuur in het water moet worden beschermd
  • Visserijbedrijven moeten zich verantwoorden over wat ze doen
  • Vissen moet op een effectieve en duurzame manier gebeuren
  • Visserijbedrijven moeten alle regels die er zijn respecteren en naleven

Vissers moeten leven van de zee en dus zorgen ze er goed voor. Een visser is er bij gebaat als hij de zee en zijn natuur goed behandeld. Anders is er binnen niet al te lange tijd geen werk meer voor hem.

Een veel gehoorde klacht over de visserij is dat de zeeën overbevist raken. Overbevissing krijg je wanneer er teveel op dezelfde soorten wordt gevist. Dan zijn er te weinig van die vissen over. Voordat de overgebleven vissen kleintjes krijgen, worden ze weer opgevist. Zo sterft een soort uit en dat zou zonde zijn.

Er zijn quotas zijn opgesteld voor de visserijsector. Dit helpt om de overbevissing tegen te gaan, net als de ontwikkeling van de aquacultuur. Ook de regels die hierboven staan vermeld en waaraan de vissersschepen moeten voldoen, zorgen voor een meer duurzame manier van vissen.

Zoals hierboven al staat vermeld is een andere manier om overbevissing tegen te gaan het instellen van visquota's. Een quotum wordt door de overheid opgelegd, om uitputting van een bron te voorkomen. Door het vaststellen van een visquotum wordt aangegeven hoeveel elk land van welke soort vis mag vangen. De internationale benaming voor quota is (T)otal (A)llowable (C)atch. De reden hiervoor is dat bij een te grote vangst, zeeën als de Noordzee binnen afzienbare tijd 'leeggevist' zou zijn.

Het is van groot economisch belang zo precies mogelijk vast te stellen hoe groot het jaarlijkse vangstquotum per vissoort mag zijn om overbevissing te voorkomen. Het inkomen van veel gezinnen en het voortbestaan van veel bedrijven, misschien wel van een hele industrietak, hangt er namelijk van af. Ook ecologisch is de quotering van groot belang omdat overbevissing tot onherstelbare schade aan het gehele marine milieu kan leiden. Bij het vaststellen van de visquota spelen vaak tegengestelde belangen: korte en lange-termijn, politiek, milieu, inkomen.

Het vaststellen van deze quota (TAC) gebeurt ieder jaar in Brussel, waar alle visserij ministers uit de verschillende EU-landen bij elkaar komen. Een groot aantal biologen geven advies over de hoeveelheid vis die per soort dat jaar mag worden gevangen. Deze adviezen worden meestal opgevolgd, alhoewel iedere visserijminister een voor zijn land zo hoog mogelijk hoeveelheid probeert af te spreken.

De quota berusten voornamelijk op historische rechten. Deze werden tijdens de allereerste invoering van de TAC vastgesteld. Bijvoorbeeld: Nederland is voornamelijk bekend om zijn platvis, en had dus in de jaren '60 ook veel van deze vissoort aangevoerd. Hierdoor kreeg Nederland een hoog percentage van de TAC. Duitsland kreeg bijna de gehele TAC voor koolvis toegewezen omdat hun trawlervloot enorme hoeveelheden van deze vissoort had aangevoerd. België heeft dan weer belangrijke quota voor tong in de Ierse Zee en in de Keltische Zee.

Natuurlijk wordt er ook gecontroleerd of men zich aan al die regels houdt. De instantie die zich daar mee bezig houdt is een onderdeel van het Ministerie van Landbouw en Visserij, de Algemene Inspectiedienst. Deze dienst heeft in iedere vissershaven in Nederland een kantoor van waaruit men de schepen administratief en fysiek controleert. Ook op zee worden de vissers regelmatig gecontroleerd door de AID.